Geschiedenis

Een stukje historie van muziekvereniging De Broederband

(vrij naar een bijdrage van Jan Keuter in de Jubileumkrant uit 1994)

Eind 19e eeuw nam een groepje sigarenmakers, in die tijd een Kamper beroep bij uitstek, een besluit dat een grote betekenis zou krijgen.

In die tijd was een derde deel van de stedelijke bevolking direct betrokken bij de tabaksindustrie. Een bestaansmiddel, dat niet alleen toepassing kreeg in stoffige fabrieken en fabriekjes, maar ook in de huiskamers.SigarenmakersBrbandleden

 

Kinderarbeid in deze branche was geen zeldzaamheid. Hoezo, goeie ouwe tijd….?

Een idee

Sigarenmaker Piet van de Weerd, ook wel bekend als Piet Solo, wist als geen ander dat muziekbeoefening een nuttige en gezondmakende bezigheid voor de weinige vrije avonduren zou zijn. Het opkomende Leger des Heils had ook zijn volle belangstelling. In Amsterdam zag hij van dichtbij dat de heilsoldaten hun boodschap langs ’s Heren wegen ook op muzikale wijze kenbaar maakten aan de mensen. “Dat moet in Kampen ook kunnen”, bedacht Piet aan de vooravond van zijn legendarische loopbaan als muzikant en voorzitter van zijn De Broederband! En zo was het idee ontstaan voor deze muziekvereniging.

Het begin

Vanuit het archiefwerk van oud-voorzitter Jan Elhorst, destijds opvolger van Jan Keuter, wordt ontleend dat de nieuwe Kamper vereniging in het begin bestuurd werd door de genoemde P. v.d. Weerd, H. Bres, J. Knoeff en J. Noordman. Voor het nageslacht wellicht de moeite waard dat W. Duiveman, G. v.d. Weerd, J. v’t Veen, J. v.d. Weerd, K. Ras, H. Dekker en J.W. v.d. Weg mede de eerste muzikanten waren. Ook nu nog veel voorkomende Kamper achternamen.

Zestien fonkelnieuwe instrumenten werden op afbetaling gekocht bij de firma Hampe in Amsterdam. Bij boer Schilder aan de Hogeweg in Kamperveen werden de eerste repetities gehouden. Deze boer maakte de verse muzikanten ook wegwijs in het lezen van het notenschrift. Het wantrouwen tegen de “stomme” instrumenten kon al spoedig weggeblazen worden.

Een permanente band met het Leder des Heils is niet ontstaan. Van heilsoldaten werd verwacht dat zij niet rookten en geen alcoholhoudende dranken zouden nuttigen. Tegen die laatste voorwaarde was geen onoverkomelijk bezwaar, maar met het taboe op de rokertjes hadden de meeste muzikanten grote moeite. De groep bestond toen uitsluitend uit sigarenmakers. Los van het Heilsleger bleef men toch de naam Broederband trouw.

Voorspoedige groei

Al spoedig wist de fanfare Broederband zich een klinkende naam in Kampen te verwerven. Het orkest verleende aan vele openbare evenementen zijn medewerking. Er werd een pittig marsje geblazen. De jeugd kon dit zeer waarderen en het scandeerde daarbij luidkeels “Jongens vocht oe umblaad an, want doar kump de Broederband an!”

In de sigarenmakerij is het umblad het tabaksblaadje, dat de buitenkant vormt van de sigaar. [In het eigen verenigingslied, De Broederbandmars, is deze zin dan ook de opening van het tekstgedeelte. De muziek werd geschreven door Cor M. Mellema, de tekst door Jan Keuter.] Een uitnodiging om in Amsterdam een meeting van de SDAP muzikaal op te luisteren, bleek niet zo’n groot succes. Het marsrepertoire bestond toen voor De Broederband nog slechts uit enkele vaderlandse oranjeliedjes. De geschiedenis wil dat De Broederband snel het veld moest ruimen toen ze het omstreden, Wien Neerlands Bloed, deden schetteren. De muzikanten kwamen uit het Koningsgezinde Kampen…, wisten zij veel…

Het is ondoenlijk om hier de gehele geschiedenis van De Broederband te beschrijven, hoewel het zeker de moeite waard zou zijn. De groei van het korps ging gestaag door. In 1919, bij het 25-jarig bestaan, sloot het korps zich aan bij de Nederlandse Federatie van Harmonie- en Fanfarekorpsen. Dat feest werd gevierd met een reveille, met muziek op de Nieuwe Toren en een feestconcert. De bevolking van Kampen bood een vaandel aan, dat door de loop der jaren zwaar beladen werd door de talrijke prijzen, behaald op concoursen en festivals. Dit vaandel siert nog steeds de hal van het verenigingsgebouw De Notenkraker.

Staking

In 1922 werd uit solidariteit muzikale ondersteuning gegeven aan de grote staking van de sigarenmakers, hier in Kampen. De sigarenpatroons (bazen) waren daar bepaald niet gelukkig mee. Toen De Broederband in 1924 zijn dertigjarig bestaan vierde, weigerden de fabrikanten ook maar 1 cent aan de muzikale jubilaris te verstrekken. Het orkest was overigens intussen opgeklommen naar de hoogste afdeling van de K.N.F.

Nationaal concours

In 1923 mocht De Broederband een nationaal federatief muziekconcours organiseren. Elf korpsen, waaronder De Volharding uit Kampen en twee korpsen uit Zwolle, namen deel aan het festijn. Het geheel speelde zich af op Pinkstermaandag. De Broederband verzorgde de opening met een concert op de Nieuwe Markt. Het slotconcert werd uitgevoerd door het Kamper Stedelijke Orkest. Als jong broekie was Jan Keuter die dag niet weg te branden bij dat concours. De toenmalige directeur van De Broederband (zo heette dat toen…) was zijn grote neef Jo van den Nieuwenhof, beroepsmuzikant bij het stafmuziekkorps van het Kamper garnizoen (leger). Vandaar de warme belangstelling van Jan Keuter voor De Broederband, die hij tot aan zijn overlijden heeft vastgehouden.

Toen het militaire korps verplaatst werd naar Assen, betekende dat voor De Broederband het vertrek van genoemde directeur en de komst van de heer Brunnekreef uit Zwolle.

Valse noten

De toenemende reeks successen van de vereniging werd onfortuinlijk onderbroken door een tegenvaller in Apeldoorn. Het was op een bloedwarme zomerdag. De marswedstrijd werd nog wel beloond met een eerste prijs. Met de concertwedstrijd verliep het wel heel anders… In de rustpauze had een deel van de muzikanten zijn instrumenten neergelegd in de brandende zon. De andere instrumenten lagen koel onder de beschutting van de muziektent. Toen De Broederband aan de beurt was, bleek de zuiverheid ver te zoeken en moesten de muzikanten genoegen nemen met een matige tweede prijs.

34 jaar voorzitter

Na een 34-jarig voorzitterschap legde de legendarische Piet van der Weerd de hamer neer, waarna Teunis Brouwer als nieuwe voorzitter werd gekozen. Liefdadigheidsinstellingen konden altijd op medewerking van De Broederband rekenen. Een lange reeks van jaren was het De Broederband die de intocht van Sinterklaas, toen alleen nog een feest voor de openbare scholen, met muziek opluisterde. Bij de overstromingsramp van 1926 werd de Dreumelse Harmonie zwaar getroffen. De Broederband aarzelde niet en taste diep in de buidel voor hulp. Nog steeds bouwt De Broederband verder aan de traditie om op eerste kerstdag toepasselijke muziek te spelen bij de Kamper zorginstellingen.

Oorlogsjaren

De vereniging presenteerde zich voor het eerst in een kompleet uniform ter gelegenheid van het 55-jarig bestaan in 1949. Voor die tijd droeg men slechts een pet als teken dat men bij De Broederband hoorde. Dat feest werd op grootscheepse wijze gevierd, waarbij burgemeester Oldenhof de gelegenheid nam om de Broederband extra te huldigen voor het feit dat in de oorlogsjaren de muziek zweeg, omdat De Broederband zich niet wenste te onderwerpen aan de dictatuur van de verfoeilijke Kultuurkamer (ingesteld door de Duitse bezetter).

Onvergetelijke herinneringen bewaart De Broederband ook aan de viering van het 75-jarig bestaan, vanzelfsprekend in de Kamper stadsgehoorzaal. Medewerking werd verleend door bekende Nederlandse artiesten, geboren in Kampen: Ab Hofstee, Joop Scheltens, Jaques Schutte, John van Elburg, Cor Mellema, e.a. Dr. Harm Schelhaas, de eerste voorlichter van de provincie Overijssel, meldde in zijn tijdschrift De Mars de slogan: “En vastelijk geloven wij in…. De Broederband.”

Op stap naar het buitenland

In de bewogen historie van De Broederband wordt een uitzonderlijke plaats ingenomen door de intensieve muzikale contacten met het buitenland, waaraan naast het orkest in zijn geheel ook door de eigen amusementsband “De Toestebolten” enthousiast werd deelgenomen.

Zo werd het eerste bezoek aan de Deense vriendschapsstad Naskov in 1953 een tiendaagse zegetocht, die in 1955 herhaald werd. Nog steeds wordt door enkele (oud-)leden met Denemarken individueel contact onderhouden. Hetzelfde geldt voor de uitwisseling met Duitsland, te weten met Soest en Siedlinghausen. In laatstgenoemde gemeente heeft pastoor Ewald Ludwich zich zeer ingezet voor dit uitwisselingswerk.

Het oprakelen van een brok Broederband-geschiedenis zou zeker niet compleet zijn zonder de eervolle vermelding van wijlen Bertus Neervoort. Tot op hoge leeftijd actief muzikant en een lange reeks van jaren voorzitter en boegbeeld van De Broederband. Zijn portret siert nog steeds het repetitielokaal in de Notenkraker. In de jaren 80 en 90 was er ook een aanmoedigingsprijs voor opkomend talent naar hem vernoemd, de Bertus Neervoortbeker.

Een voorbeeld van clubliefde: op zijn verjaardag was hij uiteraard op de wekelijkse repetitie.

Persoonlijk heeft Keuter, als niet-muzikant, het als een voorrecht ondervonden enkele jaren de sympathieke Broederband als voorzitter te mogen dienen. De Broederband is ook veel dank aan deze markante Kampenaar verschuldigd.

“Graag heb ik bij deze voldaan aan het verzoek van de redactie van deze jubileumkrant een duikje te nemen in de historie van de honderdjarige. Zo’n beetje te hooi en te gras. Daarbij is ondermeer dank verschuldigd aan stadgenoot Jan Elhorst, aan wie ik tal van feiten mocht ontlenen.

Jan Keuter” – 1994

Reacties gesloten.